Zoeken in deze blog

dinsdag, maart 30, 2021

Een onwelkome gast

 Is het echt al een jaar geleden dat het virus ook ons landje stevig in zijn greep kreeg? Er was de lente. Er was de zomer. De herfst en de winter. En weer wordt het lente. Ja echt, het is inmiddels al een jaar lang dat we met allerlei dingen te maken kregen. En intussen probeer je zo goed en zo kwaad als dat gaat, je weg te gaan. De een ervaart de gevolgen, de andere zal er stukken minder van merken.

Op ons bouwbedrijf mocht alles doorgaan, er waren geen uitbraken of karweien die geannuleerd moesten worden. Dat kun je wel een zegen noemen in een tijd waarin zoveel anderen hun levenswerk in rook zien opgaan. In de zakelijke opbouw is ook het een en ander gewijzigd, zodat mijn man met kleine stapjes een beetje kan gaan minderen en onze middelste zoon de scepter overneemt. Ze zijn er beiden aan toe.  In plaats van de vof is de zaak nu ondergebracht als BV in een holding en mijn man is zzp 'er geworden.  Verder verdiep ik me niet in al die zakelijke aangelegenheden. Mijn schamele inzicht en kennis op dat gebied zal absoluut geen steentje bijdragen om maar in vaktermen te blijven.

Dat het voorjaar er aan komt, mag ik graag bewonderen. De knoppen zwellen, de bloesem komt tevoorschijn, er zijn al van die prachtige lentelicht vervulde dagen met strakblauwe luchten en de heerlijke frisse geur van voorjaar. Je krijgt weer wat meer energie en zin om dingen te ondernemen. 

 

Er was zelfs een week dat ik elke dag wat in de planning had staan. dat was voor het eerst sinds de crash in 2016. En een 'volle' week betekent voor mij ook een vol hoofd. Maar ik probeerde ding voor ding te doen en weer achter me te laten. Ik was blij dat ik uiteindelijk alles kon doen wat ik me had voorgenomen. Maar tegen het eind van de week werd ik overvallen door een diepe, intense moeheid. O jongens. Ik schrok er van! Was ik mijn grens over gegaan? Het leek net Ganzenbord; Ik voelde me compleet terug bij 'af'. 

Ik zegde alles wat ik me de week daarop had voorgenomen, zonder excuses af en nam mijn rust. Eerst voor mezelf zorgen. Toch, ik snapte het niet goed. Want het waren heus geen schokkende dingen die ik had gedaan. Een ander zou er om lachen. Maar ik was compleet leeggezogen. Mijn herpes virus bezorgde me ook wat aften in mijn keel en ik had wat verhoging. Wat jammer nou. En we zouden al gauw een midweekje weggaan..

Ik probeerde elke dag op een slakkengangetje een half uurtje te wandelen. En dat lukte. En verder lag ik veel op de bank. Niet teveel denken, een kleurplaatje of een kinderachtig spelletje op de telefoon, dat was alles. En veel bidden. De hele dag door. Zomaar al je gedachten delen met God. En je vraagt je dan af; wil God hiermee zeggen dat ik mijn leven anders moet inrichten dan ik de vorige week had gedaan? En zo ja, hoe dan wel, in vredesnaam?

Intussen leefden we behoorlijk in spanning, of de kandidaat die we als gemeente hadden beroepen, onze roep zou mogen aanvaarden. Er was namelijk opeens nog een gemeente in de pen geklommen om hem te beroepen, en onzes inziens had die andere gemeente werkelijk alles vóór op de onze, wat aanwijsbare positieve punten betreft. Een zeer spannende drie weken dus, die ons eindeloos lang leken te duren. We vertelden hem in brief en mail waarom we het als gemeente maar ook persoonlijk nodig hebben dat juist hij ons zou mogen komen dienen. Wat was Gods wil en weg met hem en ons? God vrij laten maar toch niet loslaten was voor ons een hele struggle.

Wie zal onze blijdschap peilen, toen we de zaterdags van de beslissingsdatum tussen de middag eindelijk het ongelofelijk blijde nieuws kregen: Hij komt! We voelden ons zo opgelucht als je je voelt, wanneer je kind, dat kwijt was, opeens weer terecht is.  Zo dus.

In de moestuin was het nog altijd te nat om te kunnen beginnen. Eerst sneeuw. Toen regen. Er moest nog geploegd en gefreesd worden, dat doet onze immer hulpvaardige buurman voor ons. En daarop was het wachten.

Ik kocht alvast pootaardappeltjes en plant uitjes. En vrijdags voordat we zouden weg gaan, zouden we samen wel eens even dat spul de grond in doen. 

 
Helaas. Mijn man voelde zich die vrijdag niet fit. In plaats van de tuin in te gaan, hing hij gammel in de stoel. Hij voelde zich eigenlijk de woensdag al een beetje-beetje niet zo. Het kuchje weet hij aan het vele steenstof waarin hij had gewerkt met het zagen van grote badkamertegels.

 We gingen 's maandags toch weg. Met paracetamol weet hij zich wel vaker op de been te houden bij zo'n na- winter akkefietje.Maar het ging anders. Hij voelde zich dinsdags afgemat en akelig. We liepen een klein rondje over het park. En nog een rondje. Maar zijn hele lijf deed zeer. En speciaal zijn onderrug.

Op woensdag hakten we de knoop door. We zouden naar huis gaan. Nergens beter als in je eigen bed of stoel als je je rot voelt. Ik zocht alles bij elkaar, laadde de auto, en chauffeurde naar huis. Het ging heel voorspoedig; het was alsof we zo naar huis gelden. Wat een bijzondere ervaring, temeer daar ik toch zo intens moe was geweest.. Dankt God in alles.  En omdat regels nu eenmaal regels zijn, eenmaal thuis gingen we voor de zekerheid toch maar testen op Covid 19. We stapten half twaalf in huis, en konden twaalf uur al terecht op de teststraat.

De dag daarop kwam de uitslag. Positief! Sjonge! Opeens was het virus binnen. Een onwelkome gast. Wordt vervolgd.

Blogarchief