Zoeken in deze blog

Wordt geladen...

woensdag, juli 20, 2016

Een gedenkwaardige datum.





Ik moet vandaag toch steeds denken aan die dag, nu precies 20 jaar geleden. De nacht van 19 naar 20 juli 1996, die mijn leven voorgoed indeelde in 'ervoór en erna.' Zoals mensen ook spreken over 'voor de oorlog' en 'na de oorlog'. Ik wil voor hen, die misschien ook worstelen met de druk van het leven, in het kort mijn verhaal doen. Een hoopgevend verhaal. Doe er je winst mee. En geef de moed nooit op.



 Ik was die dag -als kostwinner werkzaam op 2 werkvloeren in de gehandicaptenzorg, in de continuedienst- nog aan het werk geweest in het gezinsvervangend tehuis en had een avonddienst gedraaid tot acht uur. Mijn collega had nog koffie gezet, maar ik wilde naar huis. Ik was zo vreemd moe. Zo ontzettend vreemd moe, diep van binnen. Een moeheid die ik nog nooit had gevoeld. Het was de voorbode van een lange, lange periode. Want die nacht ging mijn leven opeens op zijn kop. 



Door alle ballast die ik tot dat moment zo fier mogelijk had mee getorst, knakte de steel van mijn levensbloemetje. Je bent een sterk wijf, zeiden ze altijd tegen me. Ja, dat was ook zo. Maar nu niet meer. Ik was op. He-le-maal op. Ik begon in het begin van die nacht te hyperventileren als een dwaas. En ik kon het niet de baas worden. Het raasde als een Tsunami over me heen, de hele nacht. De huisarts had twee maal valium gespoten, een olifant zou ervan knock-out moeten zijn, zei hij. Maar het was of ik van top tot teen onder 220 stroom stond.  Golven van hoogspanning en ellende gierden door mijn lijf. Ik wist niet hoe ik ooit weer gewoon zou kunnen worden. Toen eindelijk, eindelijk de top van de spanningen afzwakte, was ik nog vermoeider dan de dag ervoor. Mijn hart ging als een razende tekeer en ik voelde me een zwak en moe gefladderd vogeltje in mijn omgewoelde bed. Ik had eigenlijk nog een late dienst, maar : "Ik kan vanmiddag echt niet gaan werken hoor, meld me maar ziek", fluisterde ik tegen mijn man. 



De vijf kinderen hadden er zo het hunne van meegekregen en slopen als muisjes door het huis. De dokter kwam weer. Ik kreeg angstremmers en rustgevende pillen en zo sukkelden we een week aan tot we  -ja toch- op vakantie gingen naar Brabant. Daar hadden ze tenslotte ook wel een bed.




Och heden, ik had mezelf overschat. Na een week moesten we de vakantie afbreken. Ik was zo ontzettend overprikkeld, bij elke inspanning kwam het hyperventileren terug. Het aan- en uit floepen van het lampje naast het bed bracht al een aanval op gang. En wat was ik er bang van. De vliegen op het plafond van het slaapkamertje waar ik lag, midden in de zomer, met de gordijnen dicht, waren meer mans dan ik. Zij konden gaan waar ze wilden. Zelfs op mij komen zitten waardoor 'het' weer begon..

 

Het kon zo niet langer. We moesten naar huis. Thuisgekomen, rillend als een juffershondje, hebben mijn man en oudste dochter me in een warm bad gedaan en ben ik voor 3 maanden op bed beland. Ik sliep dag en nacht. Ik  at heeeeele kleine stukjes brood, belegd met honing en rode bessen, met liefde klaargemaakt door mijn man, die zelf, na een burn-out door de Fibromyalgie, arbeidsongeschkt thuis was. Hij verzorgde als de beste; mij én het gezin in de vakantie. Ik was nog te moe om mijn haar te kammen. Mijn gewicht zakte naar 72 kilo, ik leverde elke dag in. Heel, heel diep onder in de trechter zat ik verstopt en ik wist niet hoe ik weer boven Jan moest komen. 

 Nu, vandaag, zijn we 20 jaar verder. En wat een verschil. Millimeter voor millimeter, twee stapjes vooruit en weer een achteruit, mocht ik de stijgende lijn vinden en naar een voorzichtig herstel groeien. De  systeemtherapeut, bij wie ik terecht kwam, heeft me handvatten aangereikt waarmee ik aan de slag moest.  En wat was het hard werken aan het omgooien van je denklijnen. Wat leerde ik veel. En wat moest ik mijn best doen om het vast te houden. Na drie maanden ging ik voor het eerst weer naar buiten. Een rondje lopen, halverwege natuurlijk weer een hyper aanval, maar we liepen door. Elke maand ging het ietsje beter. De medicijnen gingen hun werk doen. En ik wilde proberen om weer wat te doen. Genieten kon ik er niet van, maar toch. Ik probeerde kaarten te maken. En maakte met heel veel inspanning, een bootje van een stukje afvalhout. Stond het model voor mijn levenscheepje?



Ik probeerde aan de tuintafel de bakjes met schroeven en spijkers van mijn man te sorteren. En soms kon ik de aardappelen schillen. Later ook een bed rechttrekken. Plantjes water geven. Nog later heen en weer naar de winkel om een klein boodschapje. In gedachten begon een nieuw kinderboekje te groeien, wat ik probeerde uit te typen. Er zat weer wat muziek in het leven En zo ging het stukje bij beetje omhoog. Weer terug. En weer omhoog. 


Nee, 'de oude' ben ik niet meer geworden. Gelukkig maar. Want dan zou ik weer vervallen zijn in oude denkpatronen. En ja, je bent  op een bepaalde manier nog altijd kwetsbaar, al ziet niemand dat aan je omdat je positief in het leven probeert te staan. Ik heb mijn bezigheden en mag me weer nuttig maken door her en der dienstbaar te zijn. En dan gebeuren er ook nog wonderen. Drie jaar geleden kon ik stoppen met de antidepressiva. Niet eenvoudig, maar het is gelukt. Wat me vandaag vervult is verwondering en dankbaarheid.  Dat de situatie beheersbaar is. En dat ik mag zijn, wat ik ben. Door alle ups en downs heen. Want die biedt het leven je 'gewoon' nog altijd aan. Als je de foto van mijn levensscheepje bekijkt, zie je een klein en fragiel dingetje. Het lijkt stuurloos. Maar, Goddank is het dat niet. 



De Grote Hemelse Stuurman heeft het roer goed in handen. Hij heeft me dwars door alle klippen heen geleid en gezorgd dat het scheepje niet helemaal stuk liep. Ja wij moeten onze lessen leren. Daarvoor laat Hij ons soms terechtkomen in wegen van moeite en zorgen. 



Maar niet om ons te pletter te laten slaan. Nee, Hij heeft ons behoud op het oog. Een veel hoger doel dan dit aardse bestaan. Een leven met en bij Hem. Met vallen en opstaan -Nee, vallen en overeind geholpen worden- mogen we onze weg gaan. 20 jaar. Een hele tijd. En toch, als zand door de vingers gegaan. 19 juli. het blijft een gedenkwaardige datum.